Op de fiets naar Kopenhagen

Dagen: 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 14


Dag 3 — Brokdorf - Nordstrand

16-08-2026

Rond een uur of 6 werd ik gewekt door mekker wekker van de schapen op de dijk. Ik probeerde nog in slaap te komen, maar dat lukte niet. Toch erg lekker geslapen, mijn horloge gaf zelfs een sleepscore van 93. Ik ben geen makkelijke slaper, dus met zo een uitkomst kan ik mijn handjes knijpen.

De zon breekt langzaam door, dus besluit ik rustig aan te ontbijten. Ik eet een bak pudding leeg met muesli repen in plaats van een lepel, scheelt afwas. Terwijl ik in de verte kijk, zie ik een bui aankomen en begin ik als een malle in te pakken. De eerste druppels vallen als ik bij mijn laatste stap ben aangekomen, tandjes poetsen. Prima getimed.

Ik stap op mijn fiets en ontdek helaas dat mijn banden wat aan de zachte kant zijn. Ik sla een kruisje in de hoop dat ze niet lek zijn. Een paar minuten pompen met de mini handpomp laat de band wat harder voelen. Ik kijk voor de zekerheid of er een fietsenmaker in de buurt is helaas niet echt ‘in de buurt’. Dit blijft een terugkerend thema. In Oudwijk ben ik van alle gemakken voorzien en kan ik vrijwel alle diensten en producten binnen 5 minuten lopen bereiken. Hier in Noord-Duitsland zit dat wel anders. Ik kijk het nog wel even aan.

Na 10 minuten fietsen in de tegenwind besluit ik iets meer mijn best te doen met de handpomp. Met 15 kg bepakking voel je toch wel snel of je banden wat aan de lege kant zijn. Ik maak me 5 minuten goed boos en het resultaat mag er wezen de rolweerstand is een stuk minder.

Ik kijk ook nog even naar de route, het weer en de wind. De keuze is:
1. Langs de kust, vrijwel hele tocht 23 knopen tegenwind
2. Door het binnenland, vrijwel hele tocht 15 knopen wind tegen, maar veel hoogtemeters

Ik kies voor optie twee.

De tocht trapt af met 20 km langs een kanaal, druk bevaren door hoogliggende boten voor de industrie. Op het pad staan af en toe wat elektrische stepjes geparkeerd; eerst was ik verbaasd, maar in alle gevallen zat de eigenaar verstopt te hengelen in het water.

Ik zie een hele hoge brug (schat 50 meter) in de verte en mijn route zegt dat ik binnenkort moet afslaan. Dat was een taaie klim. Zelfs in het allerlichste verzet voel ik mijn bovenbenen schreeuwen om zure aandacht. Maar ik blijf tegen mezelf zeggen: what goes up must come down. Alleen voelt de helling naar beneden als het vlakke land, door de stevige wind. Je kunt niet alles hebben in het leven.

Toen ik een Lidl passeerde, keek ik op mijn horloge en zag dat het weer tijd was voor een pauze. Ik vul mijn mandje als een brugklasser met zoete lekkernijen en Bugels, ook een Parkside berlinerbol. Heel gaaf. (8/10)

Terwijl ik op de Helinox stoel bij mijn fiets zit te snacken, komt er een andere tourfietser aan. Hij vraagt naar mijn bestemming en we maken een praatje. Hij is een vedette, drie weken geleden vertrokken vanuit Bavaria, naar het topje van Jutland in Denemarken gefietst en terug over een deel van de route die ik wil gaan rijden. Waarop ik aanhaak met vragen over de wind en de route. Het is een man van weinig woorden en zegt alleen: “Good luck.”

Ik bied aan op zijn fiets te passen als hij boodschappen gaat doen. Dat ziet hij wel zitten. Bij terugkomst zegt hij dankje en begint hij gulzig te eten. Intussen komt er een oude Duitse man naar me toe die ongeveer 1 minuut lang in het Duits tegen mij aanpraat. Waarop ik zeg: “Sorry, I don’t speak German” en kijk hulpzoekend naar mijn nieuw gemaakte vriend. Die laat mij in de kou staan. Toen ik vraag of hij kan helpen vertalen, zegt hij: “Nah, he just likes your bike.”

Vervolgens lepelt de fietser een liter yoghurt naar binnen in recordtempo. Eenmaal klaar zegt hij: “No German in high school?”
Ik denk gelijk aan alle uren Duits die ik heb gespijbeld voordat ik het vak op de middelbare school heb laten vallen. Ik antwoord kort: “No, not really.” En verbreek onze vriendschap.

Wat nu op me wachtte was een eindeloze reeks wisselvallig weer. Na drie keer mijn regenpak aan en uit getrokken te hebben, ben ik het wel beu. Ik hou hem vanaf nu gewoon aan. Ook begint het harder te waaien en wacht een nogal zware 50 km op me. echt harde tegenwind.

Veel aerodynamica-theorie die ik heb opgedaan tijdens mijn studie passeerde de revue. Zo ook dat de luchtweerstand kwadratisch groeit als je snelheid toeneemt. Dus besluit ik erg rustig aan te doen en mijzelf niet stuk te fietsen op de wind.

Wederom muziek in en domweg vooruit kijken. Ik beloon mijzelf elke pauze met veel snacks en een zitje in de Helinox. Ik fantaseer over een pauze met flat white en gebak maar na een enkele zoekopdracht zie ik dat het er niet in zit deze etappe.

Echter vallen de laatste 10 km mij erg tegen. De wind waait echt hard en ik fiets echt langzaam. Na een paar korte pauzes maak ik mezelf goed boos en ram hem over de dijk van het wad heen, met maar liefst 17kmph. Aan het einde van de dijk is de camping. Banden zijn nog prima hard. Lek zijn ze niet, maar ook niet niet-lek.

Eenmaal aangekomen zet ik snel mijn tent op en net als het buitenzeil er op zit, wordt ik verrast door een dikke bui. Snel alles naar binnen. En terwijl ik dit schrijf, ben ik niet meer buiten geweest. In mijn slaapzak gegeten, zodadelijk warm douchen en dan gaan de oogjes toe.

Maar mijn oma zei altijd: tel je zegeningen een voor een en vergeet er geen een.
Los van het weer; nog geen spierpijn, materiaal pech of ongeluk.

9 foto's


✕
← →